GERARD COX (1940 - 2025)

Hier geen uitgebreide informatie over zijn leven en werk - Wikipedia kan je uitvoerige informatie geven -, maar een paar persoonlijke aantekeningen.

September 1956 begon ik aan de studie voor onderwijzer aan de R.K. Kweekschool voor Jongens Thomas More aan de Jan Kruijffstraat in Rotterdam-West, een zijstraat van de Schiedamseweg. Een oud, degelijk gebouw met een gymzaal en een toneelzaal.

Vanaf  die tijd begon voor mij een prettige periode. Een gevoelig type functioneert slecht in een strenge omgeving. Cynisme, sarcasme en gewelddadig optreden, zowel fysiek als psychisch, ik wapende me ertegen met onzichtbaarheid. Daar had ik trouwens ruimschoots ervaring in, in die bijna schuwe houding, opgedaan in zes jaren Lagere School bij de broeders.

De ontspannen sfeer startte al meteen in de eerste dagen van de "ontgroening". Denk daarbij niet aan die soort waarin elk jaar in bepaalde studentensteden excessen optreden, nee, integendeel: een programma werd ons aangeboden door de hoogste (vijfde) klassen, dat bovenal ludiek was. Kolderieke opdrachten vormden de hoofdschotel. De afsluiting vond plaats in de toneelzaal ("bollenschuur") met optredens van de ouderejaars en wij zelf. Mogelijk heb ik toen al voor het eerst genoten van de bijzondere talenten van Gerard. Weliswaar werd hij in hetzelfde jaar geboren als ik, hij zat een klas hoger. Schrijven en optreden met eigen teksten was destijds zijn favoriete hobby, die later uit kon groeien tot zijn "werk". In die jaren kwamen zijn uitzonderlijke talenten naar boven.

Een nozem ben ik, staat in mijn geheugen als het eerste lied dat hij op die school voor ons zong, zichzelf begeleidend op de piano. De piano was aftands, maar zijn optreden verre van: het woord "nozem" was een geuzennaam. Zijn rode sokken moesten opvallen.

De opleiding gaf alle kansen om jezelf te laten zien en horen. En lezen: Cox was vaste columnist in het schoolblad De Pionier. De titel van de rubriek: Boerenwormkruid met of zonder suiker. De toon was licht-spottend. De tekst met zorg geformuleerd. P.S. Bij de laatste verhuizing heb ik de paar exemplaren van het blad opgeruimd. 

                                                                Met Joke Bruijs, onafscheidelijk.

Hoe meer ik erover nadenk en telkens een diepere duik neem in mijn geheugen realiseer ik me steeds meer wat Gerard voor mij persoonlijk betekende.

Ik ben vanaf september 1956 tot en met september 1961 kwekeling, in de huidige bewoordingen: student aan de Hogeschool (PABO). Vier lange jaren heb ik doorgebracht op de middelbare school aan de Beukelsdijk, het Sint-Franciscus College, bij de paters Franciscanen. In overvolle klassen met uitsluitend jongens. De sfeer paste niet bij mij. Zoals ik daarnet al aangaf, verstopte ik me in de grote horde. Ik gedroeg me braaf, liep binnen de lijntjes en wist me niet gezien. Mijn zelfvertrouwen was verre van groot. Mijn belangstelling in muziek bracht me wel tot vioolles, elke week een keer na mijn laatste lesuur, in een lokaal op school. Ik zat in het schoolorkestje bij een jubileumvoorstelling in de schouwburg. Kwam toen voor het eerst in aanraking met een Bühne, met verkleedpartijen, schmink, gerepeteerde tekst. Ik voelde me daartoe aangetrokken. Een aparte wereld die je voor een ogenblik of langer die andere deed vergeten. De problemen privé en in het gezin.

Wat een geluk dat ik na tweemaal doubleren op een 4 voor oude talen (Grieks en Latijn) moet kiezen tussen een herexamen in september of deze school verlaten. Meteen zie ik een andere route voor me: de kweekschool voor onderwijzer. Geen vreemde optie, mijn moeder heeft de kweekschool voor meisjes gevolgd, haar broer Harry die voor jongens. Het zit in de genen. En wat een voorrecht om me direct thuis te voelen. De sfeer ontspannen. Geen sarcastische docenten, laat staan types die een houten borstel naar je hoofd konden gooien. Aansporingen om jezelf te zijn. Je talenten te laten zien. 

Gerard komt op deze opleiding tot bloei, waarvoor hij alle kans krijgt. Zijn optredens zijn jaloersmakend. Hij durft. Hij speelt de zelfverzekerde entertainer, die zijn wereld kritisch en met humor bekijkt. Hij vertrouwt op zijn kwaliteiten: teksten schrijven, eigen liedjes zingen, optreden voor publiek.

Gerard geldt voor mij nu als stimulans om mijn talenten uit te buiten. Die blijk ik wel te hebben. Als voornaamste: op een podium een zaal proberen te boeien met een zelfgemaakte tekst, een ter plekke verzonnen verhaal. Of met een lied, zoals: 'k Heb een hoed, 'k heb een hoed, 'k heb een grote, grijze hoed,  (.) daarmee groet ik immer sehr höflich".  Ach, mijn talent blijkt beperkt.

Met Gerard als lichtend voorbeeld kan ik in de laatste jaren '50 en begin '60 uit mijn schulp kruipen. Mijn opleiding en de tendens in de maatschappij vormen een voedzame bodem. Voor discussie over het bestaan van God, de houdbaarheid van het katholieke geloof in de moderne wereld. Oude zekerheden worden in twijfel getrokken. Jongeren emanciperen. Daarvoor komt ruimte, begrip.

Dank, Gerard, je was een exponent van de bevrijdende stemming op onze school, later in de maatschappij. Herinner ik me nu: in het eerste jaar organiseer ik in school avonden waarop ik klassieke muziek draaide, voorafgegaan door een korte inleiding. De conciërge offert zijn vrije avond ervoor op. Originele ideeën worden gefaciliteerd. Dank, Gerard, je hebt de dingen bij mij opgewekt die me gelukkiger gemaakt hebben. Zaken als creativiteit, zelfvertrouwen. Al zie ik ook heel goed in dat jij op dat terrein buitengewone talenten bezat. Maar jij als rolmodel was in die jaren inspirerend.

Daarbij vergeleken betuig ik mijn nederigheid.

                                                                                            x - x - x